Blog 64: Bouwen in de Dordogne

Vandaag afscheid genomen van drie weken lang delen van bloed, zweet en tranen tijdens de bouwworkshop in de Dordogne. Mijn vingertoppen hebben een laag eelt gekregen dat is opgebouwd door het dagelijks aanbrengen van een dikke laag klei, zand, hooi en stro op de muren van strobalen. Maar daarover straks meer.

Inleiding

Een aantal maanden terug zag ik een advertentie langskomen om mee te bouwen aan een huis van natuurlijke materialen in de Dordogne. Dat resoneerde gelijk bij me en ik gaf me op. Snel ontving ik een email dat ik op de wachtlijst stond. Er waren meer aanmeldingen dan ze aankonden. Na een zoom vielen er twee vrouwelijke deelnemers af, omdat die een soort retraîte verwachtten. Ik werd gebeld dat ik mee kon doen. Ik nodigde ook een vriend uit die een bouwachtergrond had en samen reden we met twee campers in een aantal dagen naar St. Pierre de Frugie in het Noordelijk deel van de Dordogne.
We kampeerden in de voortuin van de buren en liepen naar het braakliggende terrein van Peter en Paula. Die hadden een stuk grond gekocht met ruimte voor een huis, een groentetuin en een klein bosje waar ze een basaal leven willen gaan leiden in een huis van stro en leem, etend van eigen groenten en waar ze hun eigen energie willen gaan opwekken met zonnepanelen.
Ze hadden voorbereidingen getroffen om het land bouw klaar te maken door de braamstruiken te verwijderen met de bosmaaier. Er stonden twee enorme tenten om droog te kunnen eten en drinken en één voor al het gereedschap. Peter had twee douches gebouwd om buiten te kunnen douchen met regenwater, verwarmd door zonnepanelen en twee aparte droogtoiletten. De buitendouches waren eenvoudige houten bouwsels met een pallet als vloer, een échte douche met warm water dat weg kon stromen terug de natuur in. De douchgel van Weleda was afbreekbaar en stond al klaar voor ons. Net als de wastafel met afbreekbare tandpasta en met afwasborstels en sponsjes die heel welkom waren na het klussen. De WC’ s waren kleine houten hokjes met een zitplaats waar je je behoefte op kon doen waarna je er een klein beetje zaagsel op gooide. De grote emmer waar alles in terecht kwam werd geleegd op een composthoop. Na een jaar composteren, is dit menselijke afval te gebruiken als compost.

Wat was het bouwplan? Het einddoel was een huis van drie hexagons van hout, stro en leem die met elkaar verbonden worden door een veranda aan de voorzijde. In deze workshop was het de bedoeling met elkaar één van deze drie hexagons te gaan bouwen.

Met twaalf mensen afkomstig uit Australië, Nederland en Frankrijk togen we op één september aan het werk.

Het bouwproces: voorwaarden scheppen

De eerste dag werd gebruikt om de voorwaarden om te kunnen bouwen te maken. De meesten van ons waren onervaren in het bouwen van een huis van natuurlijke materialen en ook ik had geen idee wat er daarvoor nodig was. We bouwden een stellage waarop het eerste bad hoog kon worden gebruikt. Hierin zou een mengsel van water met klei komen, zo dik dat je hand bedekt zou worden met een laag niet doorzichtige modder als je hem in het bad zou steken. Dit werd ‘een handschoen’ genoemd. Hierin werden de strobalen gedipt, zodat de andere lagen waarmee de balen werden behandeld, beter zouden hechten.
Twee andere baden op de grond werden gebruikt voor het maken van een dikke modderige klei. De klei lag in grote brokken op een stuk plastic en werd in het bad met water gemengd en met een grote mixer tot een dikke vloeibare massa gemixt.
Dan werd er nog een hoge tafel gemaakt met een opstaande rand die met plastic aan de binnenzijde werd afgewerkt. Hierin werd vanaf dag twee, bijna continue, de ‘bodycoat’ gemaakt, waarmee uiteindelijk de muren afgedekt zouden worden. Deze bodycoat werd gemaakt van één emmer modder, één emmer stro en één emmer hooi met anderhalve emmer zand. Deze massa werd in elkaar ‘gemasseerd’ door ten minste twee personen en vervolgens in één van de twee ruimtes ter grootte van één kuub gegooid (de zogenaamde ‘kribs’). Deze hadden we ook van tevoren gemaakt om dit mengsel goed afgedekt te kunnen laten fermenteren, voordat het op de muren verwerkt ging worden.

Tegelijkertijd werkten we aan de fundering van het gebouw. Deze bestond uit 12 stapels van oude autobanden die gevuld werden met stenen. Worteldoek lag op de bodem, de banden met stenen daar bovenop, een houten cirkel bedekte het geheel samen met een vochtbestendige oranje doek. Uitdaging was om alle 12 stapels waterpas af te werken en de verschillende stappen niet over te slaan. Regelmatig vergaten we het worteldoek of rekening te houden met de dikte van de ronde plank, zodat we het weer opnieuw konden doen. Ik ontdekte dat ik dit klusje heel erg leuk vond en graag mensen meenam in het proces om een zo goed mogelijk fundament af te leveren.

Blog 64-1
Blog 64-2
Blog 64-3

Het bouwproces: het échte bouwen

In de bouwtent werd gebouwd aan de ‘U’. Drie lange planken van ruim 3 meter werden met lijm en schroeven aan elkaar gemaakt en als horizontale basis vastgemaakt aan de funderingen. Deze werden verbonden met verticale driehoekige palen die ook in de werkplaats werden gemaakt. Tussen de verticale palen werd een framewerk gemaakt waartussen de strobalen pasten. Alle balken werden in de lijnolie gezet (50% lijnolie en 50% terpentijn) en de onderkanten in de natuurlijke teer. Teer die naar houtrook geurde en mij terugbracht naar de zeventiende eeuw waarin deze teer gebruikt werd om de schepen waterdicht te maken.

Blog 64-4

Het bouwproces: strobalen

De strobalen lagen op een berg en selecteerden we op grootte (65 cm breed). Als ze te groot of te klein waren, kwamen ze op een stapel terecht om gebruikt te worden in de bodycoat of om de gaten in de muur op te vullen. Daarna werden ze in het bad voorzien van de modderlaag en te drogen gelegd op pallets. Toen het framewerk af was, werden de balen in de muur verwerkt en stevig vastgezet met twee horizontale latten. Als er een muur af was, zetten we hem in een tweede modderlaag die we als ’t ware in het stro masseerden. Daarna gebruikten we de bodycoat, die gericht op de muur gegooid werd en schuin uitgestreken naar links of rechts. Omdat de strobalen nooit helemaal recht lagen, moest daar een heel dikke laag op. Variërend van drie tot soms wel vijf tot zeven cm. Bij een te dikke laag sloegen we er takjes in met een hamer als versterking van de laag.
Omdat er een licht schuin dak op het huis komt, werd de bovenste laag strobalen bedekt met een schuine laag stro met een hoek van acht graden om het water goed te kunnen afvoeren. De laatste twee dagen werden de dakbalken geplaatst en werd er een tijdelijk dak op gelegd, zodat daar komend voorjaar mee verder gegaan kan worden.

Groepsproces

(Op het grasveld onder aan het kasteel van Montségur waar meer dan tweehonderd Katharen op de brandstapel zijn beland, schrijf ik aan het laatste deel van dit blog.)

Twaalf relatief onbekende mensen bouwden in drie weken een hexagon. De meesten van ons waren hierin onervaren en werden begeleid door Adriën, een leerling van Tom Rijven, die al tientallen jaren dit soort huizen bouwt.

Hoe maak je van twaalf mensen een groep?
Paula had van tevoren al een appgroep aangemaakt, zodat mensen met elkaar konden meerijden of andere berichten konden delen.
Elke werkdag begonnen we met oefeningen in een cirkel op de plek waar we bouwden. Folklorische dansjes, tai-robics, rek- en klapoefeningen kwamen langs en maakten de buurman wakker die uit het raam hing en ons goedemorgen zwaaide. Adriën vertelde van de verschillende werkzaamheden en als vanzelf koos iedereen iets uit dat bij hem of haar resoneerde. Vaak wisselen we van team. Meestal werkten we met z’n tweeën, soms met meer en heel af en toe alleen. Elke dag had drie pauzes waarin we verwend werden met lekker eten en drinken. Aan het eind van de week was er een deelronde waarin iedereen kon zeggen wat er op het hart lag.
Mooie gesprekken werden er gevoerd gedurende de werkzaamheden en in de pauzes. Iedereen leerde elkaar kennen. We lieten berichten en tekeningen achter op de muur van onze houten WC. We wasten de modder van ons lijf in de buitendouches of onze kleren in een sopje. In de tweede week rende ik naar mijn camper om EHBO-spullen te halen, nadat één van onze meest ervaren krachten, een klein stukje van twee vingers had afgezaagd. Gelukkig niet zo ernstig dat het gehecht moest worden, maar hij zal er wel een litteken aan over houden.
Ik was één van de drie oudsten en werkte soms samen met de jonge mensen die de leeftijd hadden van mijn kinderen. Deze mensen hadden nu al gekozen voor een leven buiten het systeem. Vaak als work-awayer, werkend op reis door Azië, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Amerika en Europa. Ikzelf had een andere weg gelopen en was nu op hetzelfde pad terecht gekomen na het afronden van mijn eigen bedrijf en mijn moederschap. Dat bracht ook rust bij me. In plaats van mee te moeten in het avondprogramma of mee te moeten in het (soms) uitbundige drinken of roken, kon ik mezelf terugtrekken in mijn camper en daar schrijven, berichten sturen, Spaans leren en een stukje serie kijken. De rijkdom voelen van kunnen kiezen en weten dat elke keuze goed is. Deze drie weken waren een prachtige ervaring die me ook een melancholiek gevoel gaf. Wetende dat deze twaalf mensen nooit meer in dezelfde samenstelling bij elkaar zullen komen. Ik zal vast nog eens langskomen om te zien hoe het project verder is gevorderd. Als ik mijn ogen dan sluit, zie ik ons twaalven weer in de ochtend onze oefeningen doen…..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *