Vijfendertig jaar India
Intro
Na mijn afstuderen als fysio in 1991 heb ik met mijn toenmalige vriend zeven maanden gereisd door de wereld, waaronder twee maanden door India. In die maanden ben ik emotioneel en fysiek alle kanten op gegooid door een overload aan prikkels, prachtige vaak vergane kunst, mensen die me constant wilden fotograferen en aanraken, het ongezonde eten, het locale vervoer, de viezigheid en steeds lichte koorts als fysieke reactie. Haat en liefde voor India wisselden elkaar af, om na die twee maanden de deur voor altijd dicht te gooien. Dacht ik. Tot er in het tijdschrift voor fysiotherapie een vrijwilliger gevraagd werd om zes maanden in India te gaan werken op een school met gehandicapte kinderen.
Ik ben er naartoe gegaan en reis nu al dertig jaar naar dezelfde plek: de ‘Integrated highschool’ in Narasaraopet in Andhra Pradesh. Een onaantrekkelijk deel van India, maar met mensen van wie ik ben gaan houden. In dit blog beschrijf ik de ervaringen en verschillen in die vijfendertig jaar India.
Het is een lang blog. Ik kan er een boek over schrijven en dat komt er misschien ook wel ooit. Het is niet volledig en betreft alleen mijn eigen observaties.
Vervoer
Dertig jaar terug waren er vooral riksja’s, bussen en treinen om je mee te verplaatsen. Bussen die rijp waren voor de sloop met ramen en deuren die niet meer sloten, lege EHBO dozen, bont gekleurde afbeeldingen van Ganesha’s, Shiva’s en Hanumans naast die van Jezus voorin in de bus, harde rechte stoelen met gescheurd skaileer en een open liggend motorblok dat veel lawaai maakte. Nu rijden deze bussen er nog steeds (ze zijn het goedkoopste vervoermiddel), maar ook zijn er bussen bijgekomen met airco, waarin je de hele reis goed kunt slapen. Deze hebben één of tweepersoons bedden die je reserveert, een schoon kussentje, een laken en een deken.
Riksja’s zijn er in alle soorten en maten. Heel soms zie ik in Andhra Pradesh nog de open fietsrisksja rijden met de platte bodem en een beschermende huif eromheen. Daar konden vroeger wel tien kinderen in mét bagage. In Calcutta reden er nog fietsriksja’s waarin twee personen konden zitten in een soort koetsje. De broodmagere riksjawallah (de berijder) stond dan op de trappers om de riksja in beweging te krijgen. Nu rijden de zwart gele riksja’s nog steeds rond. In de grote steden ook elektrisch in de hoop de toch al vervuilde lucht, iets minder vuil te maken. Daarnaast wemelen er ook op diesel rijdende scooters, motoren, auto’s, taxi’s en übers door elkaar die de zwerfhonden, heilige koeien en overstekende mensen proberen te omzeilen. Mijn mobiel geeft elke dag aan dat de luchtkwaliteit niet goed is. De lucht is niet meer helder blauw zoals vroeger, maar meer wit-grijs en ik zie ik ’s nachts bijna geen sterren meer.
Als je arm bent doe je veel lopend of met de goedkope bus. Ben je iets rijker dan koop je een scooter, waarop je je met je hele familie verplaatst inclusief vrouw en drie kinderen. Heb je nóg iets meer geld, dan koop je een auto met airco. En wil je je rijkdom laten zien, dan huur je ook een chauffeur in.
Als je arm bent doe je veel lopend of met de goedkope bus. Ben je iets rijker dan koop je een scooter, waarop je je met je hele familie verplaatst inclusief vrouw en drie kinderen. Heb je nóg iets meer geld, dan koop je een auto met airco. En wil je je rijkdom laten zien, dan huur je ook een chauffeur in.
De treinen hier hebben dezelfde transformatie ondergaan als de bussen. De ouderwetse treinen waarvan de deuren openstaan tijdens het rijden, de WC’s zwart zijn van de viezigheid en er verschillende prijsklasses bestaan in de slaapcoupe’s, van heel goedkoop in de derde klas tot flink prijzig in de eerste klas met airco, bestaan nog steeds. Daarnaast rijden er ook treinen met heerlijke stoelen die achteruit gezet kunnen worden, voetsteunen en personeel dat met een haarnetje en mondkap op, ons bedient. De dagelijkse krant voorin een netje en een liter water, horen standaard bij de service. Ik heb net twee uur bijgeslapen in zo’n stoel, omdat het vannacht te warm was in de hotelkamer om goed in slaap te kunnen vallen. Het is nog een klein stukje met de trein en dan nog een uur met de taxi naar ‘Tigris valley’ waar Anna Verwaal werkt, die we gaan opzoeken.
Voeding=vulling
Het geldt hier nog steeds ook dat je je rijkdom laat zien door je gewicht. Dus hoe dikker, hoe rijker. Dat houdt in dat je genoeg te eten hebt en rijk genoeg bent om je fysiek niet te hoeven inspannen. De fitste en dunste mensen zijn namelijk de dagloners die op het land en in de bouw werken en daar willen de meeste Indiërs zich niet mee vereenzelvigen.
Het basisvoedsel bestaat uit rijst of chapatti’s (deegpannenkoek) met dal (gekookte linzen) en curry’s (van diverse groenten gemaakte prutjes, waarmee je de witte rijst op smaak brengt). In Andhra Pradesh eet je na de hoofdmaaltijd nog meer witte rijst vermengd met een soort biogarde yoghurt. Nu is dat eetpatroon aan het veranderen. Eerder had je alleen in de hele grote steden een Mc Donalds en de ‘Wimpy’, waar je gefrituurde kip of frietjes kon krijgen en oh, wat heb ik daar af en toe ook van genoten. Nu heeft elke stad restaurants waar je dit kunt eten en is de menukaart uitgebreid met pasta en pizza. In een land waar al veel diabetes voorkomt, zijn al deze koolhydraatrijke vullers niet echt verstandig. Tussendoor zie ik de kinderen van school zich tegoed doen aan snoepjes, koekjes en chips die ze in een klein winkeltje kunnen kopen.
Nou heeft lekker eten ook met gastvrijheid te maken. Ik mag bijna geen eten weigeren als ik bij mensen op bezoek kom. Gefrituurde samosa’s, hartige bladerdeeg hapjes of zoete snacks krijg ik dan voorgeschoteld naast de mierzoete chai. Het beste werkt om aan één stukje te knabbelen en de rest te laten liggen op het bordje. Als mensen je mogen, krijg je van alle kanten candybars, koekjes en snacks aangeboden. Dat doen ze dus ook bij de kinderen. Niet verstandig want het maakt ze al op jonge leeftijd te dik. Spelen en rennen wordt dan al moeilijk, waardoor ze nog dikker worden.
De jongste zoon van de directrice van de school is een restaurant in de buurt begonnen ‘Captain 7, eat and play’. Een grote cricketkooi is aan een restaurant gebouwd, waardoor je én kunt spelen en daarna kunt eten. Helaas is dit eten ook fastfood en zitten er geen vitaminen en mineralen meer in.
PTT
Post, telegraaf, telefoon. Vijftig jaar geleden wist iedereen wat deze afkorting betekende in Nederland. Nu niet meer. Ook in India heeft die ontwikkeling een grote vlucht genomen. In 1994 schreef ik nog elke dag één brief of ansichtkaart en fietste ik naar het kleine postkantoortje om ze te versturen.. Ik moest naar een telefoonwinkeltje toe om te bellen en dat kostte iets van zes gulden per minuut voor een nauwelijks hoorbaar gesprek met mijn familie. Soms hoorde ik een schreeuw dat er een telefoontje was en rende ik naar de telefoon voor een collect call van familie. Hoe waardevol waren die paar minuten die we dan samen konden praten. De wereld was toen zoveel groter door de slechte PTT. De heimwee en het gemis van de mensen in Nederland daardoor ook.
De school voorzag in computerlessen in de jaren negentig. Dat was iets heel bijzonders. Achter een paar bakbeesten van computers, zaten de kinderen tweevingerig te typen. Na de eeuwwisseling waren er de eerste internetcafe’s waar je in kon loggen en een klein bedrag per uur betaalde om contact te leggen met je vrienden en familie. Nu is er geen telefooncel en internetcafé meer te vinden. Hier en daar zijn nog postkantoren voor de pakketten die verstuurd worden.
Deden bij ons de mobiele telefoons eind vorige eeuw hun intrede, dat was pas zo’n tien jaar terug in India. Maar het mobiele telefoongebruik is zó snel toegenomen dat alle Indiërs vanaf een jaar of twaalf een mobiel hebben, een eigen profiel op Facebook of Instagram, elke dag tig foto’s maken, waaronder bijna alleen maar selfies, ‘reels’ van zijn of haar leven en er betaald wordt met PhonePe. Dan wordt de QR Code van een winkel gescand en het bedrag dat betaald moet worden ingevoerd op het scherm en goedgekeurd door de winkelier. Ook in India wordt de hele dag door gebeld met de mobiele telefoon, video’s en Bollywood dansen bekeken of online geshopt. Het lijkt soms dat hoe meer telefoontjes je ontvangt, hoe belangrijker je bent. De telefoon op stil zetten en tekstberichten sturen en bellen wanneer het jou uitkomt, gebeurt hier niet en dat is gelijk het volgende thema.
Gebrek aan aandacht
Echte gesprekken met diepgang die langer dan tien minuten duren, zijn zeldzaam. Na de gebruikelijke vragen waar ik vandaan kom, of ik kinderen heb, of het mijn eerste keer in India is en wat ik hier doe, is de nieuwsgierigheid bevredigd en stopt het gesprek. Dat is wel iets veranderd en ik denk dat dat te maken heeft met het opleidingsniveau. Er zijn nu meer Indiërs die naar school gaan, verder studeren en ook meer in India en daarbuiten op reis zijn. Dat vergroot hun wereld en maakt dat de gesprekken iets langer duren. Maar praten over gevoelens gebeurt bijna niet. Net of ze de woorden hiervoor niet kennen, niet oefenen en daardoor ook niet gebruiken. Er worden veel woorden gezonden en er worden er weinig ontvangen. Ik probeer op de school waar ik meehelp, te laten zien en ervaren hoe fijn het is om een hele behandeling te krijgen, zónder dat er vier telefoontje tussendoor komen of er mensen je klas steeds binnenkomen.
Het gebrek aan aandacht is op heel veel vlakken door te voeren. Aandacht aan je huis besteden qua hygiëne of het gezellig maken, andere lampen installeren in plaats van al het TL- licht en het onderhoud laten te wensen over. Je koopt of bouwt iets en dat is het. Vaak is het van inferieure kwaliteit omdat dat goedkoper is. Hout is geen hout meer naar spaanplaat of MDF met een laagje fineer dat al in de winkel loslaat. Schoenen zijn niet meer van leer, maar van plastic. Ik moest goed zoeken in Cochin wilde ik nog schoenen of tassen vinden van écht leer. Het lijkt écht, maar dat is het niet. Je maakt je koelkast of keuken of badkamer niet schoon, je repareert niets dat stuk is met als gevolg dat lampen niet meer branden, kastdeurtjes niet goed dichtgaan, lekkages niet verholpen worden en betonrot gaan veroorzaken en je schildert níet of over alles heen zonder het eerst schoon te maken of te schuren. Dat wat je niet ziet of niet wíl zien is er in hun ogen niet. Dat geldt voor materiële zaken, maar ook voor emotionele zaken. Ongelukkig zijn in je relatie? Als je er niet over praat is het er niet. En dat geldt ook voor het bespreken van seksuele problemen, frustratie, boosheid, misbruik, financiële problemen of geweld. Vorige relaties zonder getrouwd te zijn worden geheim gehouden, net als het hebben van een affaire of homoseksueel zijn.
Er wordt wel heel veel aandacht aan hun uiterlijk besteed. Mannen die hun baard of haar met een patroon versieren, vrouwen met bloemen in hun haar gevlochten en kleren met de mooiste kleuren die je je kunt bedenken. De kwaliteit van de kleren is belabberd. Broeken en bloezen van polyester, naden en knoopjes die loslaten, de prinsessenjurken van de meisjes, de punjabi jurken (de jurk met de broek eronder) en veel sari’s (de vijf meter lange stof die om het lichaam gewikkeld wordt) zijn ook bijna allemaal van polyester. Katoen is veel koeler, maar verbleekt snel, rekt niet mee en moet gestreken worden en dat is minder comfortabel.
In de tijd is de kledingstijl wel wat losser geworden. Waar ik werk op school, hebben alle vrouwen een sari of punjabi aan. In de avond verandert die dracht in een katoenen lange nachtpon. Op vrijdag en zaterdag hoeven de schoolkinderen niet hun uniform aan, maar dragen ze waar ze zin in hebben. In hun vrije tijd dragen de meisjes nu ook jeans en T-shirts.
In Kerala aan de zuidwestkust van India en in de grote steden is de kledingstijl nog vrijer. Dan zie je zelfs blote benen en mouwloze tops en jurken bij de vrouwen en korte broeken bij de mannen.
Aandacht voor de natuur is er alleen op papier. Op diverse plekken zie je ‘Don’t litter’ (geen afval neergooien) en ‘Healthy air, healthy planet’. Er rijden in de grote steden elektrische riksha’s en scooters rond, maar overwegend tuft iedereen rond met een mooie grijze pluim achter zich aan, wordt het afval niet goed verzameld en opgehaald waardoor het nog steeds een smerig land is op die plekken waar mensen wonen. Hoe vaak ik zelf ook snoeppapiertjes opraap en in de prullenbak weggooi, het komt niet van binnenuit. Dus als er geen opdracht komt van de leerkrachten, laten de kinderen afval op de grond vallen.
“What are you doing, Anne madam?” vragen de kinderen aan mij als ze zien dat ik meehelp de muren en wastafels van de wc’s schoon te maken. In de zomer van vorig jaar zijn de twee toiletruimten van de meisjes en jongens grondig gerenoveerd. Naast dat er met water over de grond en in de wc’s wordt gespoeld, was er nog niet eerder schoongemaakt. Dus leerde ik de schoonmaaksters de deuren, wastafels en de muren met schuursponsje en zeep schoon te maken. Ik hoop dat dat beklijft en dat ze het zelf blijven bijhouden vanaf nu.
Huwelijk
Er wordt nog steeds overwegend gearrangeerd getrouwd, al neemt het aantal huwelijken uit liefde wel toe.
Bij een gearrangeerd huwelijk zoeken de ouders in een online databank naar een geschikte partner die dezelfde achtergrond, religie en opleidingsniveau heeft. Dan ontmoeten de huwelijkskandidaten elkaar en mogen ze in sommige gevallen daten en elkaar écht leren kennen. Maar in veel gevallen vindt het vinden van de geschikte partner, het ontmoeten, het eens zijn van twee kanten en het huwelijksfeest, vrij kort na elkaar plaats. Eén van de twee genres van de Bollywoodfilms gaat hierover. Hierin wordt mierzoet uitgemeten (in drie uur) hoe de twee partijen elkaar ontmoeten, een probleem meemaken en vervolgens na ruzie het weer goedmaken en elkaar in de armen vliegen. Het andere genre gaat over helden die in slowmotion boeven in elkaar slaan, tussendoor dansen uitvoeren en natuurlijk bewonderd worden door een heldin. Helden zijn vaak dik en licht van huidskleur. Heldinnen zijn dun, heel mooi, hulpeloos en volgzaam. Of ze doen stoer, dragen westerse kleding, sluipen in de avond het huis uit om hun held te ontmoeten, maar veranderen daarna in een traditionele volgzame bruid. Inmiddels komen er ook scheidingen voor, al zit daar nog heel veel schaamte op. Ik weet ook van chronisch ongelukkige mensen die toch met elkaar getrouwd blijven op papier, maar al lang geen fijne relatie meer hebben en langs elkaar heen leven. Want wat moet een vrouw alleen, als haar inkomen niet genoeg is om een huis van te huren en de kinderen te onderhouden? Er is geen overheid die voor ze zorgt en teruggaan naar de ouders wordt als een verlies gezien. In één van de bioscoopfilms die ik afgelopen weken heb gezien, was de held een gescheiden man, die dat natuurlijk niet vermeld had aan zijn verloofde, met alle problemen van dien.
Eigen cultuur
In sneltreinvaart gaat India op elke stad lijken, oostelijk van de Middellandse zee. Rechthoekige appartementencomplexen, af en toe een moskee of kerk, heel veel winkelcentra, chaotisch gemotoriseerd verkeer en veel smog. In Narasaraopet, de stad waar de school staat, weet ik precies welke oude huisjes ik leuk vind: die met alleen een benedenverdieping en klein verandaatje, een puntdak met rode dakpannen en een klein tuintje. Vroeger zag ik veel meer hutten gebouwd van takken, modder en een dak van gevlochten palmbladeren. De dagloners bouwen nu nog hun eigen onderkomen met elkaar. Een soort klein tentenkamp van driehoekige bouwsels gemaakt van takken, stukken doek en plastic. Ik heb dertig jaar terug nog wel een aantal kinderen thuis bezocht die in een hut woonden van modder. Nu is het kleinste huisje dat ik heb gezien één van beton. Met alleen een begane grond, een terras voor het huis met een wc gebouwtje, één kamertje om te slapen en zitten en één om te koken en te wassen. Jezelf wassen gaat nog steeds met een emmer water en een litermaatje om het water over je heen te kunnen gooien. De emmer kun je ook gebruiken om de was te doen met de hand. Dan maak je je kledingstukken nat, wrijft ze in met een blok zeep om ze daarna te slaan op een steen om het vuil eruit te krijgen.
Hoog boven de weg op een gebouw zag ik net een aantal yogaposes afgedrukt op een billboard om mensen uit te nodigen om yoga te doen. Maar de meeste volwassenen bewegen zich alleen functioneel van a naar b of slaan af en toe een cricketbal de ruimte in.
Als mensen zich niet lekker voelen gaan ze naar de arts voor een medicijn. Je bent geen goede arts als ze niet met een recept naar de apotheek kunnen. Er zijn nog wel wat ayurvedische klinieken, maar die vallen niet zo in het oog als de vele kleine klinieken die reguliere medische hulp aanbieden. De kruiden die ze in hun eten gebruiken hebben nog wel een medicinale werking en geven hun curry’s de speciale smaken die ze zo lekker vinden.
Aan meditatie doen ze niet. Hooguit gaan ze naar de tempel, moskee of kerk om te bidden, te chanten of te zingen. Dat heeft ook een stressverlagend effect, dus raad ik ze dat ook aan als ze om advies vragen hoe ze tot rust kunnen komen. Ik raad ze ook aan terug te gaan naar hun eigen roots: die van de ayurveda, van yoga en van het nemen van de trap naar de tempel in plaats van de auto.
Het India van nu spiegelt de hang naar de westerse wereld. Wij zijn nu hun voorbeeld, Maar ze snellen ons voorbij qua ontwikkelingen met hun enorme discipline en motivatie om veel geld te verdienen. Al vraag ik me af of deze ontwikkelingen ook échte vooruitgang betekent. Gebruik van AI om foto’s te kleuren (lees: jezelf witter te maken dan je bent), video’s van jezelf te maken die jij niet echt bent, de telefoon die dag en nacht aandacht vraagt en nog belangrijker zal worden….
Mijn band met India is niet uit te leggen. Ik ben van de vrienden gaan houden, we delen een geschiedenis en kijken uit naar samen oud worden zittend in een schommelstoel. Ik kan hier zoveel van mijn talenten kwijt in de tijd dat ik op bezoek ben. Ik hoop mensen te inspireren en te stimuleren en ik hoop dat ik meer van die onbetaalbare momenten zal hebben, waarin ik de blik vang van een zuurkijkende vrouw die me ineens een glimlach schenkt. Van het hostelmeisje dat op mijn schoot in slaap valt na een dag op het strand. Van de schooljongens die van mij leren op hun hoofd te staan en die mij hun acrobatische toeren laten zien. Van de verkopers in de straat die luid hun waar aankondigen en de hond die mijn dij opzoekt om tegenaan te liggen…..

Prachtig beschreven Annemarijn,
Ben vorig jaar in India geweest en vond het er erg fijn, heftig ook, maar overheersend prachtig!
Lfs H.