Dotta
Dotta ligt op haar eigen bed in de camper en ik zit buiten in de zon te schrijven. Ze ligt op haar gewonde linker zijde. Begin oktober is ze ondanks een serieuze waarschuwing van de eigenaar, toch aangevallen in een onbewaakt moment door zijn Rottweiler-teef. Ik wist niet dat er een tigermom” in me zat, maar ik rende er gelijk op af, pakte rennend een stok en stortte mijzelf tussen de twee honden. Mijn hele lijf schreeuwde een heel hard ‘neeeeeee’, maar toch duurde het nog minuten lang waarin we de hond op haar kop sloegen, voordat ze de greep iets losliet en Dotta kon ontsnappen.
Nadat ze wat gekalmeerd was en aangelijnd in de camper lag, was er duidelijk een beetwond te zien die ik met jodium en water schoon depte. Een paar dagen later gingen we naar de dierenarts. Die gaf pijnstilling, antibiotica en ontstekingsremmers. Daarnaast werd Dotta ook officeel een bestaande hond. Hiervoor ‘bestond’ ze niet, omdat ik haar niet had laten chippen en ook geen paspoort van haar had. De assistentes vroegen mij of ik wist dat dat illegaal was in Portugal. Tuurlijk wist ik dat, maar het moment had ik steeds uitgesteld, tot ik wel naar de dierenarts toe moest vanwege dit ongeluk. Ruim een week geleden is ze geopereerd omdat de wonden vanuit zichzelf niet sloten met hechtingen en nietjes. Niet alleen de zichtbare beetwond werd gehecht, ook de snee van zes centimeter waaruit een ontstoken abces was weggehaald. Die had ik niet goed opgemerkt, omdat ik dacht dat het een zwelling was als gevolg van de beet. Het onderhuidse bindweefsel was over een gebied van zeven centimeter losgetrokken!
Het is een zware les in geduld en berusten in het niet-weten hoe lang haar genezing zal duren en of ze er een trauma aan overhoudt. De wond ziet er niet mooi uit, maar lijkt haar nu meer jeuk dan pijn te geven.
In het begin schoot ze alle kanten op als ik haar uitliet. Na een paar passen ging ze op haar rug liggen met haar poten in de lucht als een dood vogeltje in een ‘freeze’ stand, waar ze uit opsprong als ik vroeg of ze weer meeging. Dit herhaalde zich ’tig keer, tot ik besloot dat het wandelen voldoende was als ze had geplast en gepoept. De angst om weer aangevallen te worden was te groot om lang te wandelen.
Ik ben bijna vierentwintig uur per dag bij haar in de buurt om te voorkomen dat ze gaat krabben. Haar linker achterpoot heb ik met rekbare roze tape afgeplakt om de impact van het krabben te verminderen. Want vaak heeft ze al een drietal keren gekrabt voordat ik haar poot kan tegenhouden.
Wat het ziek zijn van Dotta spiegelt, is dat mijn energiereserve maar heel laag is. Misschien is het al héél lang laag en komt het er nu pas uit. Bij het minste of geringste kan ik huilen. “Niet krabben, Dotta. Kom op je slaapzak liggen en niet op het zand. Niet met je pootjes door het water want dan wordt de roze tape nat. Niet piepen, Dotta, want ik wil nu heel graag slapen….”
Als ik navoel bij mezelf, wil ik heel graag een soort van rust ervaren, waarin ik niemand meer hoef te pleasen en gewoon kan doen wat ik wil doen.
Wat het hele gebeuren ook blootlegt, is een gevoel van onmacht. Niet alleen het langzame genezen van Dotta, maar ook het berusten in het niet-weten. Ik heb er geen échte invloed op. Ik kan niets dóen, terwijl ik altijd zo van het bezig zijn ben. Dotta wil mij in de buurt en dat houdt in dat ik in ’t zicht van haar moet blijven. Zodra ze me niet meer kan zien, gaat ze piepen. Net zoals met mijn zoons, die, als ze niet lekker waren, mama in de buurt wilden. Ik liet ze preventief ook wel ‘baaldagen opnemen’. Dagen waarin ze beneden op de bank met een dekentje, konden slapen, eten, drinken en TV konden kijken, terwijl alle andere kinderen naar school gingen. Maar mijn zoons waren vaak na die ene dag weer op de been en met Dotta duurt het nu bijna drie weken.
Die onmacht is niet nieuw. Die heb ik heel sterk ervaren in mijn puberteit, toen mijn ouders niet gelukkig waren en er veel problemen waren met ons, hun kinderen. Ik voelde toen de behoefte om te vluchten, weg te gaan uit de sfeer die niet goed was voor mij. Maar ik kón niet weg. Ik moest de Havo nog afronden voordat ik op mijn achttiende fysiotherapie ging studeren in Amsterdam.
Berusten in de onmacht. In met mijn volle aandacht aanwezig zijn bij Dotta. Dag en nacht, want in de nacht is ze aan het spoken. Ze springt dan weer op haar eigen bed, dan weer op het mijne. Ploft tegen me aan met haar twintig kilo of is gewichtloos als ze op haar eigen bedje ligt. Ook slaapgebrek zal een rol spelen, maar dat is iets waar ik al jaren mee kamp. Zeker zes keer per nacht eruit om te plassen als ik uit mijn diepere slaap ontwaak. Dan drink ik wat water om dan weer twee uur later wakker te worden. Ook daarin heb ik te berusten. Ik maak me al lang niet meer druk om dat vaak wakker worden.
Reizen
Ik heb te berusten in het feit dat ik niet weet wanneer ik vertrek, naar welke locatie en voor hoe lang.
Dit begon al sinds ik weer op reis ben in juli van dit jaar. Omdat mijn tante overleed, schoof ik de dag van vertrek met een week op en dat betekende ook een verandering van reisschema. Op een aantal locaties ging ik werken en verdiende ik wat extra geld voor de reis. Maar hoe lang ik zou blijven was niet bekend. Er is op een gegeven moment een punt waarop voelbaar wordt dat het tijd is om weg te gaan. Dat is altijd voelbaar als ik de aandacht neem om het te voelen. Het blijkt vaak ook de juiste tijd te zijn voor de ander.
In de Pyreneeën was ik bewust aan het dralen. Ik genoot met volle teugen van de ochtendwandeling, de oefeningen bij de rivier, het naaktzwemmen, het wel of niet samen eten en mijn eigen plekje langs het fietspad. Ik zag er tegenop om een nieuw stuk wereld te gaan verkennen, totdat een vriend weer terugging naar Nederland en ik voelde dat het ook mijn tijd was om te vertrekken.
Via Noord Spanje, waar ik een drietal bezoeken aflegde, kwam ik na een vertraging van bijna twee jaar aan in Portugal. Later meer over dit bijzondere land. Sinds het ongeluk met Dotta, bepaalt zij nu het tempo van reizen en hoeveel ik kan doen onderweg. Hoe graag ik ook wil meehelpen op een locatie, het blijft aftasten wat ik kan doen. De pijn die ze gehad heeft, ging door merg en been en had ik graag overgenomen als dat mogelijk was geweest.
Ik ben op deze plek nu ruim een week en neem nog één dag relatieve rust en dan is het tijd om verder te gaan. Dankbaar dat Dotta en ik hier de tijd hebben gehad om aan haar genezing te werken. Met wandelen zojuist kon ik haar loslaten en zag dat het oude hondje weer tevoorschijn kwam. Mijn lijf en geest ontspannen weer….
Wonen
Ik heb te berusten in het feit dat ik niet weet waar ik ga wonen, wanneer en met wie.
Dát ik ergens wil gaan wonen is de afgelopen maanden duidelijk geworden. Ik heb behoefte aan een thuis. Een plek waar ik me kan gaan hechten aan de mensen en de omgeving. Niet in mijn camper, maar in een eigen stenen huis en het liefst op een terrein met anderen. Als ik mag dromen en mag visualiseren hoe het eruit zou zien, dan is het oud en is de geschiedenis er aan af te lezen, ligt het bij bos en water, langs een langeafstand wandelpad, heeft het een centrale ruimte voor groepen met een keuken en WC, een grote tafel voor alle bewoners en een klein dorpje op loopafstand met leuke bewoners.
Ik woon nu bijna vier jaar in mijn camper en ben sinds een jaar ook aan het kijken waar ik mijn thuis kan vinden. Dat maakt het reizen extra spannend, want elke locatie die ik bezoek, zou ook zo maar mijn thuis kunnen worden……
Relatie
Ik heb te berusten in het feit dat ik niet weet óf er nog een fijne partner in mijn leven komt en wíe er bij mij en in mijn leven past.
Ook al ruim vier jaar is er geen vaste partner in mijn leven en ik merk dat de behoefte daaraan steeds groter wordt. Niet om mijn gaten te vullen, mijn leven avontuurlijker te maken of om dagelijks voor me te zorgen, maar om samen te ZIJN. Te zijn in het wandelen, in het staren, in het liefhebben, in het naar elkaar luisteren en in het delen van stukken leven. Ik zie het als het aansteken van een kaars in het donker. Alles is er al, maar er komt meer licht op met de ander. De ander geeft extra kleur en maakt zichtbaar wat er is.
Ook dat is spannend als ik onderweg ben, want ‘hij’ zou zomaar op mijn weg kunnen verschijnen. Ik blijf hierin trouw aan mezelf. Ik heb de afspraak gemaakt dat ik vanuit een vriendschap pas een relatie aan wil gaan. En een vriendschap opbouwen vraagt tijd en aandacht.
Bezig zijn/werk
Ik heb te berusten in het feit dat ik niet weet hóe ik mijn geld ga verdienen, wat ik ga doen als ik op een locatie ben of wat ik ga doen als ik mijn thuis heb gevonden.
Het zijn zulke realistische vragen. Vragen die anderen zichzelf ook zullen stellen. In die zin heeft iedereen zich te berusten in het niet-weten. We dénken het vaak te weten, omdat onze afspraken in de agenda staan, maar worden dan boos omdat het leven zich daar niet aan houdt. Het niet-weten of onzekerheid vind ik geen fijn gevoel. We willen dit liever niet ervaren. Je partner wordt verliefd op een ander of overlijdt, je landje brandt af (niet ongebruikelijk in Portugal), het bedrijf waarbij je werkt gaat failliet, je hond wordt aangevallen, je band raakt lek, de community waar je in geloofde bleek het toch niet te zijn, je ouders worden gammel en hebben meer zorg nodig, je kind raakt verslaafd…..
Het leven lijkt maakbaar, maar is het niet. Teminste niet als je het ten volle leeft. Dan kun je geluk én ongeluk heel goed ervaren, omdat je ook de andere kant hebt meegemaakt. Dan kun je berusten in het niet-weten van het vervolg en de emoties laten zijn zoals ze zijn. Ze doorvoelen en doorleven totdat ze vanzelf verdwijnen. Maar meestal willen we controle over ons leven en maken we het maakbaar. Dat wat we niet fijn vinden veranderen we. Een nieuwe baan, huis, partner, auto…. daarin hebben we enige invloed. Maar we hebben geen invloed op dat wat er buiten ons gebeurt. Op dat wat de ander besluit, de partner die jou verlaat, de baas die jou ontslaat, de brand die jouw huis vernietigt, jouw auto die gestolen wordt….
Dit is een mooi onderwerp voor een ander blog dat binnenkort volgt.
Heel lang geleden toen ik mijn opleidingen deed in de psychosomatiek, kwam er een mooie zin langs:
“Heb het geduld te wachten tot het stof is neergedaald en het zicht weer helder is.
Kun je in stilte verwijlen, totdat de handeling vanuit zichzelf ontstaat?“
Aho

