“Ze weet niet meer wie ik ben, maar ik weet nog wel wie zij ooit was.”
Ken de verhalen achter ieder mens.
Het verleden heeft me gevormd, geraakt, beschadigd, sterk én kwetsbaar gemaakt; ik ben zo blij met mezelf. Wat zou het behulpzaam zijn geweest als ik als onzekere tiener even in de toekomst had kunnen kijken en had kunnen zien hoe ik eruit zou zien, welk werk ik zou doen, met wie ik zou trouwen, welke kinderen ik zou krijgen, welke vrienden ik zou hebben en waar ik heen zou reizen.
De Christelijke liedtekst “Oh heer bevestig ons bestaan, noem ons bij onze naam,” komt weer in mijn hoofd langs. Hoe belangrijk is het dat je als mens gezien en gehoord wordt. Dat jouw verhaal gehoord wordt. Dat je gezien wordt in je kwaliteiten. Dat je gekend wordt. Dat je naam genoemd, onthouden en herinnerd wordt, waardoor je bestaan bevestigd wordt.
In mijn werk als fysio zijn heel wat mensen langsgekomen met hun verhalen. Bij een aantal was ik aanwezig bij hun condoleance of bij hun afscheidsdienst. Soms duurde die dienst maar een half uur. In dat halve uur konden familie en vrienden vertellen wie diegene was geweest en wat diegene voor hun had betekend. In een half uur werd dat leven dan benoemd, afgerond, afgesloten en met een plak cake en een kop koffie beklonken, om vervolgens nooit meer herinnerd te worden in een andere dienst. Alsof die ander nooit geleefd had en belangrijk was geweest. Alsof hij of zij het leven niet had doorgegeven aan hun kinderen of hun vrienden had geïnspireerd. Dat is waarom ik schrijf. Om het leven vast te houden. Om niet vergeten te worden.
Want wie kent zijn overgrootouders nog? Wie kent nog hun namen, hun verhalen, hun pijn, hun levenslessen? Mijn overgrootmoeder kan ik me nog herinneren. Zij is de enige van haar generatie die ik gekend heb, omdat ze bijna honderd jaar is geworden. Geboren in 1878 en gestorven in 1977. In Brummen is ze begraven en ik weet haar graf nog steeds te vinden. Ze is uit de tijd van het wilde westen in Amerika. Van de lange rokken, onderrokken en strakke korsetten. Van de was op de hand doen, veel kinderen verzorgen, een moestuin bijhouden, een eigen pomp in de tuin hebben, van reizen op de fiets en alles lopend doen. Ik hoorde verhalen over de buitenhuizen van de adel in de buurt van Brummen en de ‘oneigen kinderen’ van Prins Hendrik. Verhalen van de muziekkapel op het dorpsplein van Brummen, van de slager, de bakker en de kruidenier waar iedereen uit het dorp elkaar ontmoette. Van de freule ‘mevrouw van Yperen’ die bij mijn overgrootoma in hun pension een kamer huurde toen ze hulpbehoevend werd en graag mijn oma als kind op bezoek had. Mijn oma vond die extra aandacht heel fijn en is door haar gevormd en deels opgevoed, omdat haar eigen moeder geen tijd voor haar had. Die had vier dochters, de moestuin en het pension te runnen. Mijn oma ging studeren (haalde een onderwijsakte) en was daarin de eerste in haar familie. Ze eiste min of meer van mijn opa dat hij ook een diploma meebracht en hij werd leraar aan de HTS in Groningen. Voordat ze mijn opa trouwde had ze een bewonderaar ‘Jan Bakker’. Ik noem hem bij zijn naam, zodat ook hij herinnerd wordt. Hij was wees en mijn oma wees hem om die reden en omdat hij geen status had, af. Hij pleegde vervolgens zelfmoord door voor de trein te springen in Brummen. Oma was een harde vrouw die naar haar twee dochters (waaronder mijn moeder) niet aardig was. Dat is een understatement. Ze heeft beide meisjes getraumatiseerd door ze te kleineren, te manipuleren en tegen elkaar uit te spelen. Er werd tien jaar later nog een kind geboren: mijn oom. Hij was het lievelingetje dat geen kwaad kon doen en dat heeft hem weer getraumatiseerd. Het is niet meer goed gekomen tussen mijn moeder en mijn oma en tussen mijn moeder en haar zus. Er was geen vergeving toen mijn oma stierf. Ze draaide haar hoofd af van mijn moeder toen zij toenadering zocht. En datzelfde deed mijn moeder toen haar zus toenadering zocht vlak voor háár dood. Hun haat noem ik ‘gestolde liefde’. Ik kan de liefde voelen die niet mocht stromen in deze familielijn. Er is veel ‘drama van gemiste kansen’ geweest. Van harten die op slot gingen. Van gekwetste kinddelen die in hun boosheid bleven wentelen en tot aan hun einde eenzaam vast bleven zitten in hun eigen gelijk. Ik leek qua karakter op mijn moeder en voelde niet de liefde bij mijn oma, die zij wel naar mijn zus en neefje kon voelen. Ik heb nooit begrepen dat mensen altijd keken naar wie je ouders waren, uit welk nest je kwam en ook jou daar om veroordeelden. “Maar ik ben toch niet mijn vader of mijn moeder? Ik ben toch mezelf?” Hier raakten de verhalen van de ouders met hun dochter verward.
Mijn moeder koos een man uit die intellectueel en autistisch was. Dat was vertrouwd en daarmee kreeg ze een kans om te groeien en dit patroon te doorbreken. Dat gebeurde niet. Ondanks dat ze kostwinner werd, wiskunde en economie ging studeren op latere leeftijd, de politiek in ging, samen in Friesland emotioneel lichaamswerk en rebirthing gingen doen, ze bereikten elkaar niet. Ook daar was gestolde liefde. “Ik geef jou niet wat jij wil, omdat ik ook niet krijg van jou wat ik nodig heb.” Mijn moeder ging op haar tandvlees door met haar enorme discipline en toewijding aan haar kinderen. Ze zette haar gevoel in de ijskast. Ook toen ze gingen scheiden na tweeëntwintig jaar, ontdooide mijn moeder niet. Als ik haar masseerde, werkte ik heel lang aan diverse lagen in haar lijf. Heel langzaam pelde ik laag voor laag af en werd ze steeds zachter. Letterlijk en figuurlijk. Aan het eind van de soms wel drie uur, zag ik een moeder die er ook voor mij kon zijn. Helaas bouwde ze daarna weer spanning op, verharde ze weer, trok ze zich terug en verdween weer achter haar schild. Ik ben opgehouden om haar hulpverlener te zijn. Het voelde niet goed meer. Ik was als kind voor haar aan het zorgen en als volwassene ook weer. Het klopte systemisch niet meer. Ik ging boven haar staan, in plaats van dat ik naar haar opkeek. Zij moest als moeder er voor míj zijn. Ik wilde haar niet meer op deze manier masseren. Ik heb dit toen niet uitgesproken en uitgelegd en voel nog wel de behoefte om dit ooit een keer aan haar uit te leggen.
Ik ben niet goed in mezelf uitdrukken als er nog lading op zit. Ik kan dan de juiste woorden niet vinden en sla dicht. Ik werd stil en vroeger ging ik dan naar m’n kamer om te schrijven, muziek te luisteren of te lezen of trok ik m’n hardloopschoenen aan om te gaan rennen. Ik kan pas eerlijk en open zijn als er ook aandacht is van de ontvangende kant. Hoe voorspelbaar heb ik ook partners uitgezocht bij wie ik deze patronen kon herhalen. “Ik kan het wel alleen. Bij mij kan hij wel helen en tot rust komen. Ik zie zijn potentie. Als ik maar genoeg geef, dan krijg ik op een gegeven moment ook liefde terug.” Het is moeilijk voor mij om mijn grenzen te voelen en liefdevol aan te geven. Ik ben lang doorgegaan op dezelfde discipline en toewijding aan míjn eigen gezin. Voor mij is het ook een uitdaging om in een relatie bij mezelf te blijven, mezelf niet te gaan wegcijferen en ook niet mijn wensen en verlangens op de ander te projecteren. Ik ben gelukkig met mezelf en vind mezelf fijn gezelschap, al is de wens en het verlangen er wel om me weer te verbinden met een fijne man. Het hebben van een gelijkwaardige, eerlijke en liefdevolle relatie zal nog best een uitdaging zijn…..
We nemen onze familieverhalen mee. Aan ons de keuze hoeveel lading we die meegeven. Ik ben de oudste van vier kinderen die alle vier sterke persoonlijkheden hebben. Alle vier hebben we onze eigen versie van ons gezin van herkomst. Er zijn vier verhalen die voor ons alle vier waar zijn. Er is niet één waarheid. Dit feit realiseren en respecteren, maakt dat we van elkaar kunnen blijven houden en dat de liefde kan blijven stromen tussen ons.
Vandaag, 6 januari 2026, is mijn vader een jaar geleden gestorven aan de gevolgen van een schedelbasisfractuur. Zijn naam wordt uitgesproken, zijn verhaal wordt verteld, zijn liefde wordt gevoeld en zijn idealen worden geleefd. Hij zal door ons en zijn kleinkinderen niet worden vergeten.
