Getriggerd door de film ‘Train dreams’ waarin een houthakker zijn vrouw en kind verliest, huil ik mee met de regen op mijn camperdak.
Ik mis ons gezin van toen. Ik mis alle fijne en goede dingen die er waren. Ik wil de herinneringen vasthouden in woorden, zodat ze nooit meer vergeten kunnen worden. Ik wil ze eren met dankbare woorden. Woorden die de liefde laten voelen en vasthouden, zoals je een veertje vasthoudt. Ik voel gemis van die voorbije tijd. Door mijn vingers geglipt voor we het doorhadden.
De kinderen zijn nu geen kind meer, maar in hun twintiger jaren. Ik kijk met plezier terug op de eerste tien jaar van mijn moederschap, waarin ik twee dagen werkte als fysiotherapeut en daarnaast de tijd had voor mijn drie zoons en ons (t)huis.
Spelen op de hei
Ongeveer een jaar nadat de vader van de oudste twee zoons een suïcidepoging deed en ik eindelijk mijn grens ging aangeven en koos om alleen met de jongens verder te gaan, ontmoette ik H. Hij was (en is) een aardige man, toegewijd en trouw en sloot gelijk de twee jongens in zijn hart. We gingen bij hem in Bussum wonen in een jaren vijftig appartement van twee verdiepingen. We verbouwden de zolderetage met een ruime kamer voor de jongens, een logeerkamer en een wasruimte. Ze kregen een Ikeahoogslaper met glijbaan en een schommel in de deuropening. We werden een stabiel en rustig gezin, waarin we elke dag naar buiten gingen om te spelen op de hei of in één van de vele speeltuintjes. Daar leerden ze fietsen, klimmen, vallen, steentjes en zelfvertrouwen vinden.
Elke zondagochtend vertrokken we in de vroegte naar zwemles in Bussum Zuid. Het oude zwembad had meer weg van een vochtige grot, met zijn stalagtieten die spontaan door tientallen jaren lekken ontstonden. Bij de eerste les zag ik dat ouders het water in konden om mee te helpen, dus trok ik de keer erop ook mijn zwempak aan. Het was een genot om te zien hoe fijn de oudste het zwemmen vond. Vooral in het vrij spelen in het water met matten, waterslangen en ballen. Ook de tweede zoon was volledig watervrij en zwom al op zijn vierde metersver onder water van H. naar mij toe. Viereneenhalf jaar lang gaf ik drie zwemlessen achter elkaar: twee voor diploma B en de middelste les was een snorkelles. De oudste bleef na twee diploma’s thuis en de tweede zoon heeft het geduld moeten opbrengen om steeds al die drie lessen uit te zitten. Eén les volgde hij zelf en aan ’t eind van de laatste les sprong hij als beloning een aantal keren van de hoge duikplank af. Hij was nog geen zes jaar toen hij alle drie de diploma’s in zijn zak had. We hebben het er nog steeds over (zoonlief was zeer verbolgen), want ik als zijn moeder en juf, heb het moment van afzwemmen drie maanden vertraagd. Dat kwam beter uit, want dan kon ik afscheid nemen van het lesgeven aan het eind van het seizoen. Zoon nummer drie deed alles anders. We woonden toen al in Almere. Die nam zijn eigen tijd en leerde zwemmen pas echt leuk vinden toen hij jaren later de triatlon ging doen.
Atletiek
Als vroege tiener ontdekte ik dat ik goed kon sporten. Niet zo’n beetje goed, maar zo goed dat er ook bijna geen jongens van mijn leeftijd waren, die harder konden rennen dan ik. Op mijn veertiende ging ik op atletiek. Een jaar later was ik tweede van Nederland op de 800 meter. Het trainen op hoog niveau leerde mij discipline, doorzettingsvermogen, focus en mijn fysieke grenzen kennen. Atletiek gaf me als puber ook de uitlaatklep die nodig was om de spanningen thuis te kunnen doorstaan. Op mijn negentiende verliet ik de atletiek en bleef ik alleen nog voor mijn plezier hardlopen.
De vader van de oudste twee kinderen was ook atletiektrainer en rende marathons. H. kwam ik tegen toen ik mijn leven weer enigszins op orde had, op de atletiekbaan in Hilversum. Hij was daar trainer voor de semi-wedstrijdgroep. Na een half jaar sloeg de vonk over om pas na ruim twintig jaar te doven.
Ook de zoons zijn na een omweg via honkbal bij de atletiek uitgekomen. De oudste ging mij achterna door de middenlange afstanden leuk te vinden. De tweede bleek in bijna alle onderdelen goed te zijn en floreerde in de groepscompetitie, maar koos als jonge puber voor het tennissen. De jongste deed het weer anders en kreeg het voor elkaar om ooit als laatste over de finish te komen bij een baanwedstrijd. Ook gedurende de crossen (wedstrijden in de bossen of op het strand) was hij achteraan te vinden en ging hij pas met de finish in zicht wat harder rennen om uiteindelijk niet moe over de streep te komen. Ik had bijna geaccepteerd dat één van mijn zoons niet goed kon sporten, toen de jongste besloot op voetbal te gaan. Hij was vrij lang en had prima reflexen om de bal uit het doel te vissen. Ook hij verliet de voetbalselectie om naar atletiek te gaan. Zonder ook maar een week getraind te hebben, werd hij clubkampioen in zijn leeftijdscategorie. Nu, zo’n tien jaar verder, traint hij nog steeds op nationaal niveau als meerkamper. Zijn vader geeft nog steeds training in Hilversum en samen trainen ze daar een keer of vijf per week. De oudste twee hebben zich toegelegd op de halve en hele marathon en op langeafstand wandelingen door heel Europa heen. Ikzelf loop niet meer hard, maar ren wel het terrein over met harken, scheppen, halters, stenen, sprokkelhout en maak regelmatig wandelingen door de bergen van de Pyreneeën.
Meehelpen op school
Op de lagere school vond ik het leuk om mee te helpen en daardoor de sfeer en de leerkrachten beter te leren kennen. Naast de ouderraad, werd ik leesmoeder om de kinderen de letters te leren automatiseren.
Op een andere school stelde ik voor aan de directrice om ‘mindfulness in de les’ te gaan geven. Ik kreeg daar groen licht voor. Op drie lagere scholen leerde ik kinderen contact maken met hun lichaam, met hun ademhaling en hun stress en hoe ze dit konden beïnvloeden. Ook in de klassen van mijn twee oudste zoons gaf ik les. In de ochtend vertrokken we al vroeg op de fiets met de fietskar erachter. Alle tassen, jassen, sportspullen, drinkbekers en pauzehapjes pasten erin. Twee keer in de week fietste ik door naar mijn fysiotherapeutische werk, één keer rende ik het acht kilometer lange ‘rondje weerwater’ of weer terug naar huis. Na schooltijd haalde ik ze op met soms een trits aan vriendjes en vriendinnetjes die ook mee kwamen. Elke woensdagmiddag maakte ik iets bijzonders: pannenkoeken, Braziliaanse kaasbroodjes of tomatensoep. Toen alleen de jongste nog op de lagere school zat, organiseerden we een potluck lunch bij steeds een andere moeder. Dan konden de kinderen na ’t lekkere eten samen spelen en wij heerlijk kletsen.
Vakanties en wandelen
De vakanties mis ik het meeste. Ik mis het samenzijn als we zingend met Samson en Gert, U2, Coldplay, Keane of Dido in de auto naar onze bestemming reden. Luisterend naar een Harry Potter luisterboek in Catalonië met zicht op de grillige toppen van Montserrat. Onze vaste camping in de streek ‘de Gare’ waar we onze grote tent op zetten met de tarp als schaduwdoek, de twee hangmatten tussen de bomen bonden, een badmintonveld opzetten en gebruik maakten van de hurktoiletten, eenvoudige wasbak en twee douches. Eindeloos lange dagen gevuld met hardlopen, wandelen, snorkelend zoeken naar kleine visjes en mooie steentjes, (voor)lezen, badmintonnen, van de rots afspringen in het diepe water, af en toe een leuk stadje bezoeken, eten maken op een twee pits gasstel en luisteren naar het getjirp van de krekels. Toen de kinderen nog jonger waren en ze nog vroeger naar bed gingen, hadden we lange avonden voor onszelf verdiept in spannende boeken, een glas wijn en een stukje kaas. Later werden ze gevuld met spelletjes spelen om erachter te komen dat ik nog steeds niet goed tegen mijn verlies kan…..
Verjaardagen en feestjes
Verjaardagen werden altijd gevierd. Ik ga er van uit dat je, als het maar enigszins mogelijk is, zoveel mogelijk fijne herinneringen ‘moet’ maken en het leven ‘moet’ vieren. Die verjaardagen, maar ook samen met andere families pasen, kerst en oud en nieuw vieren, werden groots aangepakt met soms wel meer dan veertig gasten die op bezoek kwamen. Het huis versierd en opgeruimd, stoelen extra in de zithoek, gezellige kaarsen aan en borden, bestek, kopjes, glazen, taart en drinken allemaal klaarstaand op de grote tafel. Vaak maakte ik drie grote pannen met soep, broodjes uit de oven en allerlei smeersels voor op het brood op de salontafel. Fijn waren de gesprekken die écht over iets gingen en de groep kinderen die ook in het donker nog buiten wilden spelen. Zelfs tot in hun twintiger jaren speelden ze nog verstoppertje….
Klussen in huis/ kamer veranderen
Een paar keer per jaar veranderde ik de opstelling van onze meubels. We hadden een nis in de woonkamer die op verschillende manieren ingericht kon worden. Als speelhoek of als zithoek. Groot voordeel van dit veranderen was, dat ik onder de bank kon stofzuigen en er allerlei verdwenen speelgoed onder aantrof. Alle schapenvelletjes werden uitgeklopt en de fleecedekens gewassen. Ik genoot van de steeds andere inrichting in hetzelfde huis.
De jongste zoon ging me nadoen. Soms hoorden we op een zondagochtend geschuif van meubels op zolder en als ik dat ging checken was zoonlief bezig in een wirwar van bed, tafel, stoelen, speelgoedkisten en kasten, een nieuwe opstelling aan het proberen te maken. Ik hielp hem met zijn ideeën en kon gelijk opruimen en schoonmaken.
In het verlengde hiervan had ik een aantal keer per jaar de kolder in mijn kop door te willen klussen. De schuur uitmesten, de zonnige voorkant van het huis schilderen, nieuwe tuinmeubels bestellen, de overhangende klimop snoeien, houtsnippers aanvullen, de oprit opnieuw leggen omdat mijn cliënten gingen struikelen over de scheefliggende stenen, de leilindes snoeien of de auto’s wassen. Ik vond het allemaal leuk.
Huisdieren
Het eerste huisdier was Dennis, de rode kater uit het asiel. Hij herkende het geluid van onze auto en kwam al aanrennen om ons te begroeten. Hij was een echte buitenkat. Toen we naar tweehoog in Bussum gingen verhuizen, poepte hij één keer op de kattenbak en daarna in de planten bakken. Dat was niet houdbaar, dus ging Dennis helaas terug naar het asiel.
Daarna volgden er twee cavia’s ‘Lapje’ en ‘Roetje’. Die waren best oud geworden en hebben ook de verhuizing naar Almere meegemaakt. In een zelfgemaakt parcours van planken in de tuin, deden de jongens wedstrijdjes wie van de cavia’s het eerst de eindstreep bereikte. Op het eind kon ik de bak schoonmaken en de beesten verzorgen. De jongens vonden het geen uitdaging meer en trokken naar de katten toe, die inmiddels ook waren geadopteerd van een vriendin van me. Katten waren knuffelbaar en eisten zelf hun plekje op. Één van deze katten heeft bijna de twintig jaar bereikt en liep krom van de ouderdom. Toen ze niet meer de trap op kon lopen naar haar kattenbak en haar eten, wilden we haar laten inslapen. Mijn jongste vroeg in de ochtend nog “Waarom mag ze niet zélf doodgaan?” In de auto naar de dierenarts toe, kreeg ze een epileptische aanval en stierf ze op de tafel bij de dierenarts. Ze werd begraven in onze tuin, waar al onze andere huisdieren ook lagen.
De jongste zoon wilde een marmot. Die kreeg, net als alle andere marmotten daarna, de naam ‘Machomuis’. Machomuis moest alles aankunnen. Of het nou glijden van de glijbaan in de speeltuin was, in een zakje opgesloten worden, vergeten terug in de kooi gestopt te worden of dat hij moest spelen met één van de katten, het is ze allemaal overkomen. Machomuis verdween dus regelmatig, kwam wel of niet terug en is wel of niet door een poes opgegeten. Er waren er zeker vier die elkaar snel zijn opgevolgd, totdat de kooi te vaak niet op slot gedaan werd en ik het te zielig vond voor de marmot in kwestie.
Sinterklaas
Sinterklaas was altijd heel bijzonder. Niet zozeer om de goedheiligman zelf, alswel wat wij van het feest maakten.
We trokken lootjes en voor diegene die je trok maakte je een gedicht of lied en kocht je een aantal kleine kado’tjes. Ik was vaak al maanden bezig om de juiste leuke passende kado’tjes te vinden en de beste plek was daarvoor de kringloopwinkel. Sinterklaas was bij uitstek geschikt om je achter het masker van Zwarte Piet of Sinterklaas te verschuilen en je opgehoopte kritiek te spuien van het afgelopen jaar. De surprises, gedichten of liedjes waren van dusdanige kwaliteit dat de ontvanger vaak in tranen was. De voorpret op de dag zelf, bleek uit gedempte oefenstemmen achter gesloten deuren, de vraag om inpakpapier en ’t veelvuldig gebruik van de printer. De berg kado’tjes werd almaar hoger en het geduld werd op de proef gesteld omdat we eerst nog gingen gourmetten of fonduen.
Eigen-aardigheden
Elk kind was weer anders. Het kreeg gelijk zijn eigen plek in mijn hart. Een andere plek. Elk kind had zijn eigen eigen-aardigheden.
De oudste was een opgewekt kind, ook in de tijd dat er weinig te lachen viel omdat zijn vader toen depressief werd. Hij was graag bij me in de rugdrager of zat voor me op de fiets. Hij keek het eten uit mijn mond, tot ik doorkreeg dat ik het gewoon kon voorkauwen en in zijn mond kon stoppen. Hij lachte veel en hield heel erg van sausjes en zoetigheden, waardoor hij een beetje mollig werd. Toen hij zijn vader moest missen, maakte hij de mooiste tekeningen, verzamelde kleine steentjes, stukjes hout of een mooi blaadje en stopte dat in de ‘pappadoos’. Toen de tijd was aangebroken dat ze hun biologische vader weer gingen zien, hebben ze die ‘pappadoos’ aan hem gegeven. Hij maakte prachtige symmetrische bouwwerken van lego en wilde architect worden. Hij ging op honkbal. Hij kon de bal een flink eind het veld in slaan en had daar het meeste plezier in tot hij koos voor het hardlopen op atletiek. Hij werd gepest op de lagere school. Klasgenoten verstopten zijn gymtas of broodtrommel en er werd op die school niet goed mee om gegaan. In het begin van het schooljaar zat hij voor in de klas. Aan het eind, zat hij weggedoken achterin de klas. We kozen voor een school met meer kunst waar hij zich inderdaad meer op zijn plek voelde. Hij ging op gitaarles en maakte sinds die tijd eigen liedjes. Hij is nog steeds een gevoelig, betrokken en zorgzaam mens. Hij is geen architect, maar arts geworden. Volgend jaar begint hij aan zijn huisartsenopleiding.
De tweede zoon heeft geen goed begin gehad. Ik heb onder enorme druk gestaan toen ik zwanger was van hem en ook kort na zijn bevalling, toen zijn vader een suïcidepoging deed. David had haast. Alles deed (en doet) hij met een precisie die niet bij zijn leeftijd past. Hij liep met negen maanden, was heel snel zindelijk, sloeg een jaar school over, bezat een enorm talent voor sport, zat in het debatteam van de middelbare en mocht samen met zijn broer op vijftienjarige leeftijd naar New York omdat ze de landelijke debatwedstrijd wonnen. Hij ging international studies doen waarvoor hij ook een half jaar naar Argentinië ging. Leerde vloeiend Spaans, Portugees en Italiaans. Hij is een autodidact in piano, gitaar en mondharmonica spelen. Het leven mag nóóit makkelijk gaan lijkt het. Hij zingt rappend in het Spaans, terwijl hij ook gitaar speelt en af en toe de mondharmonica. Hij ondervindt een hechtingsprobleem en lijdt onder het feit dat hij naar een vader toe moest die zeer dwingend zijn mening oplegde. Ik heb hem daarvoor te weinig beschermd om de goede vrede te bewaren.
De tweede zoon had zijn eigen plekje bij de verwarming met een groot rood kussen, zijn knuffels, beyblades, flippoboek en speentje in de buurt. Hij was gek op melk en zijn gezicht verdween onder de vlekken van de kipkluifjes. Hij had een enorme hekel aan haren en nagels knippen en schoenen passen.
Hij werkte op zijn eenentwintigste al als docent op de opleiding die hij net zelf had afgerond. Het is een man die niet tegen onrecht kan, heel trouw is, nooit veinst en je zal zeggen wat hij denkt ook al is het niet leuk om te horen.
Mijn jongste paste niet op school, volgde zijn eigen weg en had een eigen stijl en tempo. Hij vroeg zich af waarom hij moest leren uit boeken die niet zijn interesse hadden. Regelmatig had hij écht geen zin om te gaan en belde ik op mijn werk op of hij wel op school was aangekomen. Regelmatig mocht hij een ‘baaldag’ opnemen als hij zich schoolziek voelde. Niets was zo fijn als met een dekentje en een kruik op de bank te liggen met mijn als moeder in de buurt en te weten dat iedereen naar school was en jij niet hoefde. Zijn vrienden kwamen op de eerste plek, daarna zijn sport, zijn vriendin en dan zijn andere familie. Hij was snel afgeleid en had moeite om zijn leven te organiseren. Zijn weg op school was er één van flinke hobbels. Via de Havo, naar het MBO (sport en bewegen), terug naar het volwassen onderwijs de Havo doen, via duizend en één baantjes nu instructeur op een sportschool. Hij heeft aan de ene kant geen discipline en aan de andere kant een ijzeren discipline als het gaat om zijn atletiek en het steeds weer opstaan na wéér een blessure. Hij was (en is) en sensitief mens dat heel helder zichzelf kan uitdrukken in woorden. Hij is een mensenmens die graag werkt met mensen. Hij moet leren door ervaringen, niet uit boeken. Begin dit jaar toen ik wat vaker in Nederland was en ik mijn praktijk voor fysiotherapie één dag in de week opende, zag ik de chaos in zijn kamer en bood aan om hem daarbij te helpen. Hij verzuchtte dat hij daarvoor toch echt af en toe een moeder nodig had. Toen hij 22 jaar werd en ik op zijn verjaardag aankwam vanuit Andalusië, was hij zó blij dat ik de liefde kon voelen via zijn omhelzende armen en via zijn ogen.
Al deze herinneringen vormen de lijm in ons gezin. Ze vormen een basis van waaruit de jongens zelf een toekomst kunnen opbouwen.
Wat mis ik ze soms. De jongens die in mij zijn ontstaan en uit mij zijn geboren.
